Treurboom in een kleine tuin: welke soorten passen en hoe houd je ze klein

Een treurboom in een kleine tuin planten is goed mogelijk. Je hoeft geen grote ruimte te hebben om te genieten van die kenmerkende, hangende takken. De sleutel zit in de juiste soortenkeuze en, waar nodig, regelmatig snoeien om de boom compact te houden.

Welke treurboom past in een kleine tuin?

Niet elke treurboom groeit even groot. Een treurwilg (Salix babylonica) is geen goede keuze voor een kleine tuin: die kan tientallen meters breed worden en heeft een agressief wortelstelsel dat rioleringen en funderingen kan beschadigen. Voor een kleine tuin kies je beter een van de volgende soorten:

  • Treurbeuk (Fagus sylvatica ‘Pendula’): indrukwekkende hangende vorm, maar groeit langzaam en blijft met snoei beheersbaar. Vraagt wel wat ruimte in de breedte als je hem vrij laat groeien.
  • Treurkers (Prunus subhirtella ‘Pendula’): een van de populairste keuzes voor kleinere tuinen. Lentebloei in roze of wit, compact van formaat en goed te snoeien. Hoogte met stam naar schatting rond de 2 tot 4 meter.
  • Treurwilg op stam (Salix caprea ‘Pendula’): ook wel de katjesdragende treurwilg. Groeit op een geënte stam en blijft daardoor compact. Ideaal voor kleine tuinen of zelfs een grote pot.
  • Treures (Fraxinus excelsior ‘Pendula’): brede, parasolvormige kroon. Neemt horizontaal ruimte in, maar de hoogte is goed te beheersen.
  • Treurlinde (Tilia ‘Petiolaris’): iets groter van nature, maar door regelmatig snoeien compact te houden. Geurige bloemen in de zomer.
  • Treurrobinia (Robinia pseudoacacia ‘Tortuosa’ of geënte rassen): compacte groei, goed geschikt voor kleinere percelen.

Als je echt weinig ruimte hebt, let dan op of de boom is geënt op een stam. Geënte treurbomen hebben een vaste stiphoogte en groeien alleen in de breedte en naar beneden, niet verder omhoog. Dat maakt ze voorspelbaar en makkelijk te combineren met een kleine tuin.

Treurboom klein houden: snoeien werkt

Een treurboom in een kleine tuin hoeft niet te ontsporen als je hem op tijd snoeit. Het beste moment is vlak na de bloei (bij bloeiende soorten zoals treurkers) of in het vroege voorjaar voordat de boom uitloopt. Snoei de hangende takken terug tot de gewenste lengte. De meeste treurbomen verdragen een stevige snoeibeurt goed en lopen daarna gewoon weer uit.

Let bij het snoeien op één ding: knip nooit de centrale stam in bij een op stam geënte boom. Die stam bepaalt de eindhoogte. Alleen de hangende takken snoei je terug. Als takken de grond raken of over een pad hangen, kun je ze elk jaar na de winter inkorten zonder de boom schade te doen.

Treurboom in een pot: ook een optie

Heb je echt een piepkleine tuin of alleen een terras? Dan is een treurboom in een grote pot een serieuze optie. Soorten zoals de Salix caprea ‘Pendula’ of een kleine treurkers doen het goed in een stevige pot van minimaal 50 tot 60 liter. In een pot groeit de boom langzamer en blijft hij kleiner. Geef hem in de zomer regelmatig water, want een pot droogt sneller uit dan volle grond.

In de pot is bemesting wel nodig, iets wat de boom in volle grond grotendeels zelf regelt. Een keer per jaar langzaamwerkende meststof in het voorjaar is voldoende.

Worteloverlast in een kleine tuin

Dit is een punt waarop je niet omheen kunt bij treurbomen in een kleine tuin. Sommige soorten, met name de grote wilgen, woekeren met hun wortels. In een kleine tuin kies je bewust voor soorten met een minder agressief wortelstelsel, zoals treurkers, treurbeuk of een geënte treurwilg op stam. Plant een boom nooit te dicht bij de fundering van een huis of bij rioolaansluitingen. Een afstand van minimaal 3 tot 4 meter is verstandig, ook bij compacte soorten.

De juiste plek kiezen

Treurbomen staan het mooist als solitaire boom met ruimte eromheen, zodat de hangende takken goed zichtbaar zijn. In een kleine tuin werkt dat het best op een hoek, naast een vijver of als middelpunt van een grasveld. Geef de boom genoeg licht: de meeste treurbomen gedijen op een zonnige tot licht beschaduwde plek. Volledig schaduw geeft minder mooie groei en minder bloei bij bloeiende soorten.

Een treurboom is ook in een kleine tuin een aanwinst, mits je de juiste soort kiest. De treurkers en de geënte treurwilg zijn voor de meeste kleine tuinen de veiligste keuze: compact, sierlijk en gemakkelijk bij te houden met een jaarlijkse snoeibeurt.

Scroll naar boven