Van zonnedak naar laadplein: zo benutten bedrijven hun eigen energie optimaal

Van zonnedak naar laadplein: zo benutten bedrijven hun eigen energie optimaal

Steeds meer bedrijven combineren zonnepanelen met een groeiend elektrisch wagenpark. Daarmee ontstaat een logische vraag: hoe zorg je ervoor dat zoveel mogelijk zelf opgewekte stroom daadwerkelijk wordt gebruikt voor het laden van elektrische voertuigen? Dat vraagt om meer dan zonnepanelen en laadpunten op hetzelfde terrein. Opwek en laadbehoefte vinden namelijk niet automatisch op hetzelfde moment plaats. Juist de afstemming tussen opwek, verbruik, opslag en sturing bepaalt hoeveel eigen energie een bedrijf daadwerkelijk kan benutten.

Opwek en laadbehoefte vallen niet altijd samen

Zonnepanelen wekken doorgaans veel stroom overdag op. Voor transportbedrijven zijn juist dat vaak de uren waarop een groot deel van het wagenpark onderweg is. Wanneer voertuigen aan het einde van de dag terugkomen, neemt de zonneproductie alweer af. Zonder slimme sturing kan daardoor zonnestroom worden teruggeleverd aan het net, terwijl later op de dag opnieuw stroom nodig is om voertuigen te laden. Ook de beschikbare netcapaciteit speelt hierin een rol. Het gelijktijdig laden van meerdere elektrische voertuigen kan veel vermogen vragen, terwijl uitbreiding van de aansluiting niet op iedere locatie mogelijk is. De uitdaging zit daarom niet alleen in voldoende laadvermogen. Het gaat vooral om de vraag hoe de beschikbare energie gedurende de dag zo goed mogelijk benut, rekening houdend met de capaciteit van de aansluiting en de operationele planning.

Van losse onderdelen naar één energiesysteem

Een laadplein werkt het meest effectief wanneer opwek, opslag, laden en verbruik in samenhang worden ontworpen en aangestuurd. Zonnepanelen, batterijopslag, laadvoorzieningen en energiemanagement hebben daarbij ieder een eigen functie, maar de meerwaarde ontstaat vooral door de manier waarop ze samenwerken. Een batterij kan bijvoorbeeld overtollige zonnestroom tijdelijk opslaan voor een later laadmoment. Ook kan opslag helpen om vermogenspieken op te vangen wanneer meerdere voertuigen tegelijkertijd laden. Of een batterij nodig is en welke capaciteit passend is, hangt af van onder andere het verbruiksprofiel, de laadbehoefte, de eigen opwek en de de capaciteit van de netaansluiting. Het gaat dus niet om zoveel mogelijk afzonderlijke installaties toevoegen, maar om een energiesysteem dat past bij de dagelijkse operatie én toekomstige groei.

Slimme sturing verbindt energie en transportplanning

Een energiemanagementsysteem, oftewel EMS, zorgt voor de afstemming binnen het systeem. Het brengt onder andere beschikbare netcapaciteit, actuele opwek, batterijcapaciteit en laadbehoefte samen. Daarbij kan ook rekening worden gehouden met de planning van het wagenpark. Een truck die de volgende ochtend vroeg moet vertrekken, heeft bijvoorbeeld een andere laadprioriteit dan een voertuig dat langer op het terrein blijft staan. Ook energieprijzen en verwachtingen over de productie van zonnepanelen kunnen worden meegenomen in de aansturing. Slimme energiesturing voor elektrisch vervoer maakt het daarmee mogelijk om niet alleen voldoende energie beschikbaar te hebben, maar deze ook zo efficiënt mogelijk in te zetten.

Waarom integrale aansturing verschil maakt

Bedrijven hebben hun energievoorziening vaak in verschillende fases opgebouwd. Eerst zonnepanelen, daarna laadpunten en op een later moment mogelijk batterijopslag. Dat hoeft geen probleem te zijn, zolang bij het ontwerp rekening wordt gehouden met hoe deze onderdelen uiteindelijk samenwerken. Wanneer systemen afzonderlijk worden ontworpen en aangestuurd, blijft een deel van die samenhang ontbreken. Een integraal energiesysteem kijkt juist naar de totale energievraag en bepaalt hoe beschikbare opwek, opslag en netcapaciteit het beste kunnen worden ingezet.

Een integrale aanpak maakt het bovendien makkelijker om vooruit te kijken. Wie vandaag vier laadpunten nodig heeft, maar weet dat het wagenpark verder elektrificeert, kan daar bij het ontwerp van de energievoorziening al rekening mee houden.

Hoe ziet een compleet energieplein eruit?

Een praktijkvoorbeeld van een compleet energieplein laat zien hoe eigen opwek, batterijopslag, laadvoorzieningen en energiesturing binnen één locatie kunnen samenwerken. Bij Willems Logistics in Haps was verzwaring van de netaansluiting geen optie. Op het terrein staat een zonnestroominstallatie van 2,2 megawattpiek, batterijopslag van ruim 1.000 kilowattuur en een laadplein met vier laadpunten en een totaalvermogen van 720 kilowatt. De kracht van het systeem zit niet alleen in deze afzonderlijke onderdelen. Het energiemanagementsysteem stemt beschikbare stroom, marktprijzen en de operationele behoefte continu op elkaar af. Daardoor kan lokaal opgewekte stroom zo gericht mogelijk worden ingezet voor het wagenpark en wordt rekening gehouden met de beschikbare capaciteit van de aansluiting. Ook de logistieke planning speelt hierin een belangrijke rol. Slim laden werkt het beste wanneer duidelijk is welke voertuigen wanneer beschikbaar zijn en op welk moment ze weer moeten vertrekken. Energievoorziening en transportplanning komen daardoor steeds dichter bij elkaar te liggen.

Waar begin je?

Een volledig energiesysteem hoeft niet in één keer te worden gerealiseerd. Wel is het belangrijk om vooraf te kijken naar de huidige én toekomstige energievraag. Een goede eerste stap is om het energieverbruik en de beschikbare netcapaciteit in kaart te brengen. Vervolgens kan daar de laadbehoefte van het wagenpark naast worden gelegd: hoeveel voertuigen moeten worden geladen, welk vermogen is daarvoor nodig en wanneer moeten ze weer beschikbaar zijn? Op basis daarvan kan worden bepaald welke combinatie van opwek, opslag, laadvoorzieningen en sturing past bij de locatie. Ook wanneer onderdelen gefaseerd worden gerealiseerd, blijft zo één energiesysteem het uitgangspunt. De stap van zonnedak naar laadplein draait daarmee niet om één batterij, laadpaal of zonnepaneel. Het gaat om de manier waarop opwek, verbruik, opslag en sturing samenwerken. Juist die samenhang bepaalt hoeveel eigen stroom een bedrijf kan benutten voor de elektrificatie van het wagenpark.

Scroll naar boven