Engelse tuin: wat het is en hoe je er zelf een aanlegt

Een engelse tuin is een landschapsstijl waarbij natuur, kronkelende paden en informele beplanting centraal staan. In plaats van strakke geometrische vormen en symmetrie, zoals je die ziet in een Franse of formele tuin, draait de engelse tuin om een schijnbaar wilde, organische sfeer die zorgvuldig is ontworpen om er ongedwongen uit te zien. Het is een van de invloedrijkste tuinstijlen ter wereld, ontstaan in Engeland in de achttiende eeuw en nog altijd razend populair.

Kenmerken van de engelse tuin

De engelse tuin onderscheidt zich op een aantal concrete punten van andere tuinstijlen. Er zijn geen rechte lanen of strak gesnoeide hagen die de tuin in vakken verdelen. In plaats daarvan zie je gebogen borders, grote grasvlaktes, solitaire bomen en waterpartijen met natuurlijke oevers. Planten groeien in dichte clusters en mogen enigszins over paden heen hangen.

Typische planten in een engelse tuin zijn rozen (bij voorkeur struik- en klimrozen), lavendel, ridderspoor, klaprozen, vaste planten zoals geranium en alchemilla, en grassen. De kleurpalet is warm maar gedurfd: roze, paars, wit en blauw wisselen elkaar af. Bloeiende heesters zoals sering en vlinderstruik zijn ook een vast onderdeel.

Paden zijn smal en kronkelen door de beplanting, zodat je als bezoeker een ontdekkingstocht maakt. Vaak zijn er kleine doorkijkjes naar een volgende ruimte, een bankje op een verborgen plek, of een prieel begroeid met klimplanten. Dat gevoel van verrassing en diepte is een bewuste ontwerpkeuze.

Hoe de engelse tuinstijl is ontstaan

De engelse landschapsstijl ontstond in de vroege achttiende eeuw als reactie op de strak ingedeelde, symmetrische baroktuinen die op het Europese vasteland populair waren. Ontwerpers als William Kent en Lancelot “Capability” Brown legden uitgestrekte landgoederen aan die op schilderijen van de Italiaanse en Franse Romantiek leken. Glooiende heuvels, meren, bosjes en ruïnes (soms nep) werden gecombineerd om een ideaal landschap te creëren.

Latere ontwerpers, zoals Gertrude Jekyll in de negentiende en vroeg twintigste eeuw, voegden een meer tuingerichte laag toe: de rijke, kleurvolle borders vol vaste planten waarvoor de Engelse cottage garden bekend is geworden. Jekyll werkte vaak samen met architect Edwin Lutyens, waarbij de architectuur de structuur gaf en de beplanting die structuur zacht maakte. Die combinatie zie je tot op de dag van vandaag terug in veel engelse tuinen.

Engelse tuin aanleggen: zo pak je het aan

Je hoeft geen groot landgoed te hebben om een engelse tuin aan te leggen. Ook een kleine stadstuin kan de sfeer vastpakken als je een aantal basisprincipes toepast.

  • Vermijd rechte lijnen. Maak gebogen borders en laat paden slingeren, ook als de ruimte klein is.
  • Werk met lagen. Plant hoge planten achteraan (ridderspoor, vlinderstruik), middelgrote in het midden en laagblijvende vooraan. Zo ziet de border vol en weelderig uit.
  • Kies voor vaste planten en struiken. Die vormen de ruggengraat van de tuin. Eenjarige bloemen vul je er tussendoor in voor extra kleur.
  • Voeg een focuspunt toe. Een oude rozenstruik, een stenen bankje, een poort begroeid met klimroos of een kleine vijver geven de tuin karakter.
  • Laat iets rommelig. Een engelse tuin mag net iets te vol zijn. Planten die over paden groeien of zichzelf uitzaaien, horen erbij.
  • Gebruik natuurlijke materialen. Denk aan grindpaden, natuursteen, houten of ijzeren palen voor klimplanten, en bakstenen muurtjes.

De giftige tuin van Northumberland: een bijzondere variant

Niet elke engelse tuin is even onschuldig als hij eruitziet. In Northumberland, in het noordoosten van Engeland, bevindt zich een opvallend voorbeeld: een tuin waar elke plant achter zwarte ijzeren hekken staat, omdat alle exemplaren giftig of zelfs dodelijk kunnen zijn. Naar schatting rond 2026 trekt deze zogenoemde poisongarden veel bezoekers die willen zien hoe gevaarlijk plantenkennis kan zijn. Bekende bewoners van zo’n vergiftigingstuin zijn wolfskers (belladonna), monnikskap, en reuzenberenklauw. Het is een extreme, maar fascinerend eerlijke uithoek van de Engelse tuintraditie: schoonheid en gevaar naast elkaar.

Onderhoud van een engelse tuin

Een engelse tuin ziet er moeiteloos uit, maar vraagt wel regelmatig werk. Borders moeten ieder voorjaar worden uitgedund en bijgeplant. Rozen hebben snoeibeurten nodig. Vaste planten groeien uit elkaar en moeten elke twee tot drie jaar worden gesplitst. Dat klinkt als veel, maar het is ook precies wat de tuin zijn karakter geeft: hij is levend, groeiend en veranderlijk per seizoen.

Onkruid wieden is een doorlopende taak, maar een dikke laag mulch (houtsnippers of compost) helpt daar flink bij. Mulch houdt ook vocht vast, wat belangrijk is voor de dikke beplanting die een engelse border typeert.

Met de juiste plantenkeuze voor jouw klimaat en bodemtype groeit een engelse tuin elk jaar voller en mooier. De eerste twee seizoenen zijn de planten nog aan het ingroeien, maar daarna laat zo’n tuin zichzelf grotendeels zien. Dat is misschien wel het mooiste aan deze stijl: hoe langer je wacht, hoe beter het wordt.

Scroll naar boven