Tegels leggen in de tuin doe je van buiten naar binnen: begin bij de randen en werk richting het midden. Zo houd je grip op de uitlijning en voorkom je dat je straks op vers gezette tegels moet staan. Met de juiste voorbereiding en een waterpas kom je al een heel eind.
Voorbereiding: de basis voor een goed resultaat
Een goed terras of tuinpad staat of valt met de ondergrond. Verwijder eerst het gras of de losse grond en graaf de bodem af tot ongeveer 25 tot 30 centimeter diep. Zo is er ruimte voor een fundering van grind en zand, en zakken de tegels later niet ongelijk weg.
Gooi daarna een laag puingruis of grof grind van zo’n 15 centimeter neer en stamp dit stevig aan. Hierop komt een laag scherp zand van circa 5 centimeter, die je afstrijkt totdat hij vlak en gelijkmatig is. Wil je tegels op cement leggen, dan vervangt of combineert je die zandlaag met een mortelbed.
Afschot: water moet ergens naartoe
Voordat je de eerste tegel legt, bepaal je het afschot. Dat is de lichte helling waardoor regenwater van het terras af kan lopen richting de tuin of een afvoer. Een afschot van ongeveer 1 tot 2 centimeter per meter is genoeg. Controleer dit met een waterpas en controleer tijdens het leggen regelmatig of het afschot er nog in zit. Staat het terras vlak, dan kan water blijven staan en vries je in de winter met vorstschade.
Tegels leggen in de tuin: zo pak je het aan
Begin bij een vaste referentielijn, bij de muur of aan de buitenrand van het terras. Leg een meetlint of gespannen koord als gids, zodat je tegels netjes in het gelid blijven. Werk daarna rij voor rij van buiten naar binnen.
Leg elke tegel voorzichtig op het zandbed en klop hem vlak met een rubberen hamer. Controleer elke tegel met een waterpas, zowel in de lengte als in de breedte. Tegel niet op zijn plek? Til hem op, voeg wat zand toe of verwijder een beetje, en leg hem opnieuw. Gebruik voegkruisjes om de voegen gelijk te houden. Een voeg van 2 tot 5 millimeter is gebruikelijk.
Ga niet over net gelegde tegels lopen voordat ze goed vastzitten. Bij zandbed kan dat, maar wees voorzichtig. Bij mortel moet je wachten tot de mortel voldoende hard is.
Tegels op maat snijden
Aan de randen kom je bijna altijd tegels tegen die niet heel passen. Meet de benodigde maat op, zet een streep met een potlood of krijt en zaag de tegel op maat met een tegelsnijder of een haakse slijper met diamantblad. Draag daarbij een stofmasker en een veiligheidsbril, want tegeldust is ongezond en scherpe splinters zijn gevaarlijk.
Voegen en afwerking
Als alle tegels liggen, is het tijd om te voegen. De meest gebruikte methode bij tuintegels is kiepzand of voegzand: strooi het zand over de tegels en veeg het met een harde bezem in alle naden. Herhaal dit een paar keer totdat de voegen goed gevuld zijn. Beregening helpt het zand te verdichten. Controleer na een week of twee of de voegen nog bijgevuld moeten worden.
Wil je een bredere voeg of meer controle, kies dan voor polymeervoegzand. Dat verhardt na bevochtiging en houdt onkruid beter buiten. Handiger, maar ook iets duurder dan gewoon kiepzand.
Veelgemaakte fouten bij het tegels leggen
- Te weinig afschot, waardoor water op het terras blijft staan.
- Onvoldoende aangestampte ondergrond, waardoor tegels na een winter ongelijk liggen.
- Voegen niet of pas laat vullen, waardoor tegels kunnen verschuiven.
- Tegels zonder bescherming neerleggen op de natte mortel, waardoor de tegel verkeerd vastzet.
- Geen rekening houden met kabels of leidingen in de grond.
Controleer voor je begint of er leidingen of kabels in de bodem lopen. Kijk hiervoor op het Kadaster of gebruik de graafmelding via het KLIC-meldingssysteem van het Kadaster. Zo voorkom je een nare verrassing als je aan het spitten bent.
Wie de voorbereiding serieus neemt en het afschot goed instelt, heeft jarenlang plezier van zijn tuintegels. De meeste problemen zoals scheve tegels, vorstschade of stilstaand water komen terug op een gehaaste of te dunne ondergrond. Neem daar de tijd voor en het leggen zelf gaat een stuk soepeler.




